ECLI:NL:CRVB:2018:3735
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld na eerstejaarsbeoordeling op basis van medische en arbeidskundige rapporten
Appellant, voormalig tuinbouwmedewerker, meldde zich ziek met rug- en knieklachten en ontving aanvankelijk ziekengeld. Na een eerstejaarsbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat appellant nog 88,21% van zijn maatmaninkomen kon verdienen, waardoor het recht op ziekengeld werd beëindigd. Appellant maakte bezwaar en beroep, maar de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische en arbeidskundige onderzoeken zorgvuldig en voldoende gemotiveerd waren.
In hoger beroep voerde appellant aan volledig arbeidsongeschikt te zijn, mede door een herseninfarct in september 2016. De Raad oordeelde dat deze verslechtering na de peildatum van 14 februari 2016 geen rol speelt in de beoordeling van het recht op ziekengeld op die datum. De Raad onderschreef de eerdere bevindingen en motiveringen van de rechtbank en het UWV.
De Centrale Raad van Beroep concludeerde dat appellant geen recht meer heeft op ziekengeld vanaf 14 februari 2016 en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het recht op ziekengeld eindigt per 14 februari 2016.