ECLI:NL:CRVB:2018:3740
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld na eerstejaars ZW-beoordeling wegens voldoende verdiencapaciteit
Appellant was werkzaam als timmerman en meldde zich ziek met rugklachten. Na beëindiging van het dienstverband werd hij in het kader van de eerstejaars Ziektewet-beoordeling (EZWb) medisch en arbeidskundig onderzocht. De verzekeringsarts stelde beperkingen vast en een arbeidsdeskundige selecteerde passende functies waarmee appellant 84,44% van zijn maatmaninkomen zou kunnen verdienen. Het UWV besloot daarop het recht op ziekengeld te beëindigen.
Appellant stelde in hoger beroep dat zijn beperkingen werden onderschat en dat de geselecteerde functies zijn belastbaarheid overschrijden. Hij overhandigde aanvullende medische stukken. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat de aanvullende stukken geen aanleiding gaven tot een ander oordeel. De Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) werd onderschreven en de geschiktheid van de functies voldoende gemotiveerd.
De Raad verwierp het verzoek om een onafhankelijke deskundige en concludeerde dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen, waardoor het recht op ziekengeld vervalt. De aangevallen uitspraak van de rechtbank Amsterdam werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld vervalt omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen.