ECLI:NL:CRVB:2018:3827
Centrale Raad van Beroep
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek om wraking behandelend rechter niet-ontvankelijk verklaard
Verzoeker heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Gelderland. Tijdens de procedure vroeg verzoeker wraking van de behandelend rechter, omdat deze rechter eerder in een andere procedure tussen dezelfde partijen een vraag had gesteld die volgens verzoeker de schijn van partijdigheid wekte.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat het wrakingsverzoek op grond van artikel 8:16 Awb Pro tijdig moet worden ingediend zodra de feiten bekend zijn. Omdat verzoeker pas ruim twee jaar na de betreffende zitting het verzoek indiende, is het verzoek niet-ontvankelijk.
Daarnaast wordt bevestigd dat het feit dat een rechter eerder in een zaak over dezelfde partijen heeft geoordeeld, niet automatisch leidt tot een schending van onpartijdigheid.
De Raad wijst het verzoek daarom af en ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De beslissing is genomen door de meervoudige kamer op 26 november 2018.
Uitkomst: Het verzoek om wraking van de behandelend rechter is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet tijdig indienen.