ECLI:NL:CRVB:2018:3829
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- O.L.H.W.I. Korte
- J.T.H. Zimmerman
- E.C.G. Okhuizen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging maatregel verlaging bijstand na voortijdig beëindigen proefplaatsing
Appellant, bijstandsgerechtigde sinds 2013, werd begeleid naar arbeidsinschakeling en kreeg een proefplaatsing bij TDC Horecagroep aangeboden voor 32 uur per week met uitzicht op een dienstverband. Na vijf dagen stopte appellant eenzijdig met de werkzaamheden. Het college legde daarop een maatregel op van 100% verlaging van de bijstand voor één maand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en oordeelde dat de proefplaatsing een voorziening gericht op arbeidsinschakeling betrof, waar appellant verplicht aan mee moest werken. In hoger beroep voerde appellant aan dat de proefplaatsing geen arbeidsinschakeling was, dat hij onbetaald werkte en dat de nachtelijke werkzaamheden te belastend waren, wat neer zou komen op verboden verplichte arbeid.
De Raad oordeelde dat de proefplaatsing binnen de wettelijke kaders viel en gericht was op het verkrijgen van regulier werk, met begeleiding en uitzicht op een dienstverband. Het enkele niet onderbouwde standpunt dat de werkzaamheden te belastend waren, was onvoldoende om het verbod op verplichte arbeid te laten gelden. De maatregel was daarom terecht opgelegd en het hoger beroep werd afgewezen.
Uitkomst: De maatregel van 100% verlaging van de bijstand voor één maand wegens het voortijdig beëindigen van de proefplaatsing wordt bevestigd.