Uitspraak
18.3539 AW-PV
BESLISSING
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt de korpschef in de proceskosten van appellante tot een bedrag van
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellante is onvoorwaardelijk strafontslag opgelegd wegens ernstig plichtsverzuim, waaronder het op meerdere dagen korter werken dan de geldende werktijden en tweemaal privégebruik van een mobiliteitskaart die voor woon-werkverkeer was verstrekt. De Raad verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat de gedragingen van appellante plichtsverzuim vormen en dat de minister bevoegd is hiervoor een straf op te leggen.
Hoewel appellante stelde dat zij opnieuw had moeten worden gehoord en dat de bezwaaradviescommissie om advies had moeten worden gevraagd, oordeelt de Raad dat het ontbreken van het horen niet tot benadeling heeft geleid en dit gebrek wordt gepasseerd. De Raad benadrukt dat de evenredigheid van de straf pas bij het bestreden besluit aan de orde kwam, waardoor appellante hierover niet eerder gronden kon aanvoeren.
De Raad overweegt verder dat appellante eerder al was gewaarschuwd en gestraft voor soortgelijk plichtsverzuim en dat het onvoorwaardelijk ontslag gelet op de ernst en aard van het plichtsverzuim niet onevenredig is. Medische klachten van appellante rechtvaardigen geen ander oordeel. De Raad veroordeelt de minister tot vergoeding van proceskosten aan appellante.
Uitkomst: Het onvoorwaardelijk strafontslag wegens ernstig plichtsverzuim wordt bevestigd.