ECLI:NL:CRVB:2018:387
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toegangs- en contactverbod en plichtsverzuim ambtenaar
Appellant, sinds 2002 in dienst bij een overheidsdienst, kreeg in 2015 een toegangsverbod en contactverbod opgelegd vanwege een onderzoek naar ongewenst gedrag, waaronder seksuele intimidatie. Na klachten van een vrouwelijke collega werden disciplinaire maatregelen getroffen, waaronder een schorsing met inhouding van bezoldiging en tijdelijke andere werkzaamheden.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen deze besluiten grotendeels ongegrond. Appellant ging in hoger beroep en betwistte onder meer de rechtmatigheid van het toegangsverbod, de kwalificatie van zijn gedrag als plichtsverzuim en de redelijkheid van de tijdelijke werkopdracht.
De Raad oordeelde dat het bestuur terecht een concreet vermoeden van ernstig plichtsverzuim mocht aannemen en het toegangs- en contactverbod mocht opleggen. Het bezwaar tegen het schorsingsbesluit werd terecht niet-ontvankelijk verklaard omdat dit besluit geen zelfstandig rechtsgevolg meer had. Het plichtsverzuim was terecht vastgesteld gezien het gebruik van het woord "swaffelen" en de context, en de tijdelijke werkopdracht was redelijk en proportioneel.
De Raad bevestigde daarmee de eerdere uitspraak en wees het verzoek tot schadevergoeding af. Er was geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Raad bevestigt de disciplinaire maatregelen en wijst het hoger beroep en schadevergoeding af.