ECLI:NL:CRVB:2018:393
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Greebe
- D. Hardonk-Prins
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging WAZ-uitkering berekend op 65-80% arbeidsongeschiktheid vanaf 31 augustus 1996
Appellant heeft een WAZ-uitkering aangevraagd wegens arbeidsongeschiktheid door psychische klachten vanaf september 1995. Het UWV stelde aanvankelijk vast dat appellant minder dan 25% arbeidsongeschikt was en wees de uitkering af. De rechtbank vernietigde dit besluit en bepaalde dat het UWV een nieuwe beslissing moest nemen.
Na een nieuwe beslissing stelde het UWV dat appellant vanaf 31 augustus 1996 recht had op een WAZ-uitkering met een arbeidsongeschiktheid van 65 tot 80%. Appellant betwistte dit en voerde aan volledig arbeidsongeschikt te zijn vanaf 30 augustus 1996, onderbouwd met medische rapporten.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek zorgvuldig was en dat op basis van de beschikbare gegevens niet kon worden aangenomen dat appellant vanaf september 1995 volledig arbeidsongeschikt was. Gezien het laattijdige karakter van de aanvraag kwam het risico van eventuele onzekerheid voor rekening van appellant.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en verklaarde het beroep tegen de nieuwe beslissing van het UWV ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen. Er werd geen aanleiding gezien tot benoeming van een deskundige.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat appellant recht heeft op een WAZ-uitkering berekend op 65-80% arbeidsongeschiktheid vanaf 31 augustus 1996 en verklaart het beroep tegen het UWV-besluit ongegrond.