ECLI:NL:CRVB:2018:3956
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging recht op ziekengeld wegens voldoende belastbaarheid
Appellant was werkzaam als orderpicker en meldde zich ziek met rechterarmklachten. Na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling werd het recht op ziekengeld voortgezet. Bij een toetsing in het tweede ziektejaar stelde een verzekeringsarts vast dat appellant belastbaar was met beperkingen volgens een Functionele Mogelijkhedenlijst. Een arbeidsdeskundige concludeerde dat appellant zijn maatmaninkomen kon verdienen met andere functies.
Het UWV besloot daarom het recht op ziekengeld te beëindigen, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat de medische beoordeling voldoende was en appellant geen nieuwe medische gegevens had overgelegd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat zijn klachten waren verslechterd, maar de Raad oordeelde dat de verzekeringsarts de beperkingen juist had vastgesteld en dat geen nieuwe medische stukken waren ingediend. De Raad bevestigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten. De uitspraak is gedaan door de enkelvoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 12 december 2018.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van het recht op ziekengeld wordt bevestigd.