ECLI:NL:CRVB:2018:3961
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziekengelduitkering na zorgvuldig medisch en arbeidskundig onderzoek bevestigd
Appellante was werkzaam als inpakker en meldde zich ziek met diverse lichamelijke en psychische klachten. Het UWV stelde na een eerstejaars Ziektewet-beoordeling vast dat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde haar ziekengelduitkering. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep voerde appellante aan dat zij medisch niet in staat was de geselecteerde functies te vervullen en dat haar gezondheid was verslechterd. Zij verzocht om benoeming van een onafhankelijke deskundige en stelde dat de functies niet op de arbeidsmarkt voorkwamen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht, met volledige inachtneming van alle klachten en medische informatie. Er waren geen nieuwe medische gegevens die tot een ander oordeel leidden. Ook de arbeidsdeskundige had gemotiveerd vastgesteld dat appellante geschikt was voor de functies, die volgens de arbeidsmogelijkhedenlijst actueel en passend waren.
Het verzoek om een onafhankelijke deskundige werd afgewezen wegens gebrek aan noodzakelijke twijfel. De Raad volgde de rechtbank en bevestigde het besluit dat appellante geen recht meer had op ziekengeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Ziekengelduitkering van appellante is terecht beëindigd en het hoger beroep wordt ongegrond verklaard.