Uitspraak
15.3760 WWAJ
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 2 februari 2017 ongegrond:
- wijst het verzoek om veroordeling tot vergoeding van schade af.
Centrale Raad van Beroep
Appellante had aanvankelijk een Wajong-uitkering geweigerd gekregen omdat zij niet aan de arbeidsongeschiktheidseis voldeed. Na verschillende besluiten en een eerdere uitspraak van de rechtbank, diende zij in 2014 een nieuwe aanvraag in met aanvullende medische informatie. Het UWV handhaafde haar standpunt dat er geen nieuwe feiten of omstandigheden waren die tot een andere beoordeling konden leiden.
In hoger beroep heeft het UWV uiteindelijk een gewijzigde beslissing genomen waarbij alsnog een Wajong-uitkering werd toegekend met ingang van 15 mei 2014, op basis van toegenomen arbeidsongeschiktheid vanaf 30 november 2011. Appellante betwistte echter de ingangsdatum en stelde dat zij recht had op een uitkering volgens de oude regeling van vóór 2010.
De Raad oordeelde dat de aanvraagdatum bepalend is voor de toepasselijkheid van de nieuwe Wajong-regeling vanaf 2010 en dat de aanvraagdatum 15 januari 2010 is. De Raad vond dat het UWV zorgvuldig en gemotiveerd had gehandeld en dat er geen sprake was van nieuwe feiten die een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek tot schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot toekenning van de Wajong-uitkering met ingang van 15 mei 2014 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.