ECLI:NL:CRVB:2018:3972
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling afwijzing dwangsom wegens niet tijdig besluit Wmo-aanvraag
Appellante diende op 7 en 10 april 2015 formulieren in bij het college van burgemeester en wethouders van Nijmegen, waarin zij verzocht om een gesprek over maatschappelijke ondersteuning en een aangepast huis. Deze formulieren werden door het college en de rechtbank aangemerkt als meldingen in de zin van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 (Wmo 2015), niet als aanvragen.
Appellante stelde het college op 3 en 17 juni 2015 in gebreke wegens het niet tijdig nemen van een besluit en vorderde een dwangsom. Het college wees dit af omdat er voorafgaand aan de ingebrekestellingen geen formele aanvraag was ingediend. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de onderzoekstermijn van zes weken na melding nog niet was verstreken en dat appellante geen aanvraag had ingediend na de melding en vóór de ingebrekestellingen.
De Centrale Raad van Beroep onderschrijft dit oordeel en bevestigt dat de formulieren als melding moeten worden gezien, dat het college niet in gebreke was en dat er geen sprake was van een spoedeisende situatie die een directe maatwerkvoorziening vereiste. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het college geen dwangsom verschuldigd is wegens het niet tijdig nemen van een besluit.