ECLI:NL:CRVB:2018:3976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.J.A. Kooijman
- W.F. Claessens
- J.T.H. Zimmerman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing bijstandsaanvraag wegens gezamenlijke huishouding met broer
De zaak betreft het hoger beroep tegen de afwijzing van een bijstandsaanvraag van appellant, gedaan op 22 april 2016. Het college van burgemeester en wethouders van Eindhoven wees de aanvraag af op grond van het standpunt dat appellant en zijn broer een gezamenlijke huishouding voeren.
Het centrale geschilpunt was of er voldoende feitelijke grondslag was voor het oordeel dat sprake was van wederzijdse zorg tussen appellant en zijn broer. De Raad overwoog dat wederzijdse zorg kan blijken uit een financiële verstrengeling die verder gaat dan het uitsluitend delen van woonlasten.
Uit een e-mail van appellant bleek dat de broer alle woonlasten en daarmee samenhangende lasten betaalde, terwijl appellant andere kosten zoals boodschappen en reparaties betaalde. De rechtbank had geoordeeld dat dit een financiële verstrengeling vormt die verder gaat dan het delen van woonlasten.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde dit oordeel en verklaarde het hoger beroep ongegrond. Hierdoor blijft de afwijzing van de bijstandsaanvraag in stand. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd vanwege gezamenlijke huishouding door financiële verstrengeling.