Uitspraak
OVERWEGINGEN
BESLISSING
- bevestigt de aangevallen uitspraak;
- wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Centrale Raad van Beroep
Verzoekster heeft hoger beroep ingesteld tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag waarin deze zich onbevoegd verklaarde om te oordelen over haar aanspraak op een AOW-uitkering herzien naar de gehuwdennorm vanaf 1 januari 1999, vermeerderd met een toeslag voor haar jongere partner.
De voorzieningenrechter van de Centrale Raad van Beroep overwoog dat er geen besluit of gelijkgestelde handeling was waartegen beroep kon worden ingesteld, waardoor de rechtbank terecht onbevoegd was. Nader onderzoek zou niet bijdragen aan de beoordeling van de hoofdzaak en er waren geen beletselen om direct uitspraak te doen.
Het verzoek om een voorlopige voorziening werd daarom afgewezen. Tevens werd gewezen op het feit dat de eerdere uitspraak van de Raad van 1 december 2009 niet ziet op toeslagen voor samenwonen met een jongere partner en dat de Sociale Verzekeringsbank niet verplicht is tot nabetaling of het toekennen van toeslag met terugwerkende kracht.
Proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak werd gedaan door M.M. van der Kade op 8 februari 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de onbevoegdverklaring van de rechtbank en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.