ECLI:NL:CRVB:2018:4155
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.S. van der Kolk
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- R.B. Kleiss
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beslissing UWV over beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldige medische beoordeling
Appellante, werkzaam als pedagogisch medewerker, meldde zich ziek in februari 2013 en ontving later een WIA-uitkering die werd beëindigd omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na ziekteverzuim en medische beoordelingen door het UWV werd vastgesteld dat zij geschikt was voor bepaalde functies, waarop haar ziekengelduitkering werd beëindigd. Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, maar dit werd ongegrond verklaard.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het UWV-besluit ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was uitgevoerd en dat zij geschikt bleef voor de eerder geduide functies. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de medische beoordeling onjuist was en dat haar beperkingen werden onderschat. Zij stelde ook dat een deskundige benoemd had moeten worden vanwege inconsistenties in het medisch rapport.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het onderzoek volledig en zorgvuldig was, dat er geen aanleiding was voor heropening van het onderzoek en dat de medische beoordeling door het UWV betrouwbaar was. Er was geen noodzaak om een deskundige te benoemen, mede vanwege het ontbreken van nieuwe informatie en de aanwezige medische gegevens. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.