ECLI:NL:CRVB:2018:4218

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
5 december 2018
Publicatiedatum
21 december 2018
Zaaknummer
17/1064 WIA-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens vervallen procesbelang bij WIA-uitkering

Appellant had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het UWV waarin een loongerelateerde WGA-uitkering werd toegekend met een vastgestelde mate van arbeidsongeschiktheid van 36,35% en een einddatum van 16 november 2017.

De rechtbank had het beroep van appellant tegen dit besluit ongegrond verklaard. In hoger beroep stelde appellant dat er nog belang was bij de beoordeling, maar tijdens de zitting bleek dat de loongerelateerde periode inmiddels was verstreken en appellant een WGA-vervolguitkering ontvangt, waartegen geen bezwaar is gemaakt.

De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het procesbelang is komen te vervallen omdat het gewenste resultaat niet meer kan worden bereikt en appellant zelf ter zitting kon aangeven geen belang meer te hebben bij het hoger beroep. Daarom werd het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een actueel procesbelang.

Uitspraak

17.1064 WIA-PV

Centrale Raad van Beroep
Enkelvoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 23 december 2016, 16/5139 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[Appellant] te [woonplaats] (appellant)
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv)
Datum uitspraak: 5 december 2018
Zitting heeft: mr. A.I. van der Kris
Griffier: R.H. Budde
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 5 december 2018. Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. J.H. Pelle, advocaat. Het Uwv heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Centrale Raad van Beroep verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen:
1.1.
Bij besluit van 5 oktober 2015 heeft het Uwv vastgesteld dat voor appellant met ingang van 17 oktober 2015 recht is ontstaan op een loongerelateerde WGA-uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen. Daarbij is de mate van arbeidsongeschiktheid vastgesteld op 36,35% en het einde van de loongerelateerde periode op 16 november 2017.
1.2.
Het bezwaar van appellant tegen het besluit van 5 oktober 2015 is bij beslissing op
bezwaar van 13 mei 2016 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
1.3.
Bij de aangevallen uitspraak heeft de rechtbank het beroep van appellant tegen het bestreden besluit ongegrond verklaard.
1.4.
Voor het antwoord op de vraag of een betrokkene voldoende procesbelang heeft, is volgens vaste rechtspraak van de Raad (bijvoorbeeld de uitspraak van 26 juli 2016, ECLI:NL:CRVB:2016:2805) bepalend of het resultaat dat de indiener van een bezwaar- of beroepschrift nastreeft ook daadwerkelijk kan worden bereikt en het realiseren van dat resultaat voor deze indiener feitelijke betekenis kan hebben. Het hebben van een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van procesbelang.
1.5.
Vastgesteld wordt dat hangende de procedure in hoger beroep de periode van de loongerelateerde WGA-uitkering in het besluit van 5 oktober 2015, die liep tot
16 november 2017, is verstreken. Ter zitting is gebleken dat appellant sinds
16 november 2017 een WGA-vervolguitkering ontvangt. Tegen het besluit van het Uwv waarbij is vastgesteld dat voor appellant met ingang van 16 november 2017 recht is ontstaan op een WGA-vervolguitkering heeft appellant geen rechtsmiddelen aangewend.
1.6.
Desgevraagd heeft appellant ter zitting verklaard niet te kunnen zeggen waarin nog een belang is gelegen bij de beoordeling van het hoger beroep tegen de aangevallen uitspraak.
1.7.
Omdat het procesbelang hangende het hoger beroep is komen te vervallen, wordt het hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) R.H. Budde (getekend) A.I. van der Kris
SSa