Uitspraak
17.1657 PW
20 januari 2017, 15/5538 (aangevallen uitspraak)
Centrale Raad van Beroep
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). De gemeente Schiedam startte een wijkgerichte aanpak waarbij een onderzoek werd ingesteld naar de rechtmatigheid van de bijstand. Hierbij werden onregelmatigheden geconstateerd, waaronder niet gemelde stortingen van een vriendin op de bankrekening van de meerderjarige dochter van appellanten.
Het college herzag de bijstand en vorderde ten onrechte ontvangen bedragen terug, en legde een boete op wegens schending van de inlichtingenplicht. De rechtbank stelde de boete lager vast dan het college had gedaan. In hoger beroep werd het beroep van appellante niet-ontvankelijk verklaard omdat zij geen zelfstandig beroep had ingesteld.
De Raad oordeelde dat de wijkgerichte aanpak niet onrechtmatig was en dat de verklaringen van appellanten tegenover sociaal rechercheurs rechtsgeldig waren. De stortingen werden aangemerkt als inkomen, en appellanten hadden de inlichtingenplicht geschonden. De boete van € 2.440,- werd als evenredig beschouwd. Het hoger beroep van appellant werd afgewezen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante is niet-ontvankelijk verklaard en de boete is vastgesteld op € 2.440,-, waarbij de uitspraak van de rechtbank is bevestigd.