Uitspraak
17.885 ZW
OVERWEGINGEN
7 april 2016. De functies zijn terecht passend geacht. Er is een verlies aan verdiencapaciteit van 11,6% zodat per 18 januari 2016 terecht de uitkering op grond van de ZW is beëindigd.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Centrale Raad van Beroep
Appellant was werkzaam als medewerker bouw en meldde zich ziek met hand- en knieklachten, later gevolgd door psychische klachten. Het UWV beëindigde de ziekengelduitkering omdat appellant volgens een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen met aangepaste functies.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, omdat de psychische klachten pas na de datum in geding waren gemeld en niet tijdig konden worden meegenomen in de beoordeling. Appellant voerde in hoger beroep aan dat de psychische klachten al eerder aanwezig waren, maar kon dit niet onderbouwen met overtuigend bewijs.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat het medisch en arbeidskundig onderzoek zorgvuldig en juist is uitgevoerd en dat de brief van de huisarts onvoldoende steun biedt voor de aanwezigheid van psychische klachten op de datum in geding. De functies waarop de beoordeling is gebaseerd zijn medisch geschikt bevonden.
Daarom wordt het hoger beroep verworpen en de eerdere uitspraak bevestigd. Er is geen aanleiding voor een veroordeling in de proceskosten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de Ziektewetuitkering terecht is beëindigd omdat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kan verdienen en psychische klachten niet tijdig zijn aangetoond.