ECLI:NL:CRVB:2018:4289

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
18 december 2018
Publicatiedatum
4 januari 2019
Zaaknummer
17/6326 PW-PV
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 18 lid 3 Participatiewet
Verwijzingen
2 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging verlaging bijstandsuitkering wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen

Appellant heeft in de periode na de eerste maatregel, met betrekking tot maart 2016, niet naar behoren voldaan aan zijn sollicitatieplicht. Hoewel hij wel sollicitatieactiviteiten verrichtte, heeft hij slechts één keer daadwerkelijk gesolliciteerd. Er waren geen expliciete afspraken over het aantal sollicitaties, maar uit gesprekken met de re-integratiecoach had appellant moeten begrijpen dat één sollicitatie onvoldoende was en dat andere activiteiten zoals zoeken naar werk, bezoeken aan uitzendbureaus en het volgen van cursussen niet als sollicitaties tellen.

Op basis hiervan heeft het college van burgemeester en wethouders van Breda de bijstand over oktober en november 2016 terecht met 50% verlaagd. Hoewel appellant daarna vaker heeft gesolliciteerd, heeft hij zich niet gehouden aan drie van de vijf op 27 oktober 2016 gemaakte afspraken. Hierdoor is er geen sprake van een zodanige gedragsverandering dat de maatregel bij heroverweging volgens artikel 18, derde lid, van de Participatiewet aangepast had moeten worden.

Het hoger beroep van appellant wordt daarom afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 18 december 2018, waarbij appellant is verschenen en het college zich niet heeft laten vertegenwoordigen.

Uitkomst: De verlaging van de bijstandsuitkering met 50% wordt bevestigd wegens onvoldoende sollicitatie-inspanningen en geen voldoende gedragsverandering.

Uitspraak

17.6326 PW-PV

Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak op het hoger beroep tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 augustus 2017, 17/357 (aangevallen uitspraak)
Partijen:
[appellant] te [woonplaats] (appellant)
het college van burgemeester en wethouders van Breda (college)
Datum uitspraak: 18 december 2018
Zitting hebben: J.N.A. Bootsma als voorzitter en J.J.A. Kooijman en J.T.H. Zimmerman
als leden.
Griffier: F.H.R.M. Robbers.
Appellant is verschenen, bijgestaan door mr. S. Gomez Espinosa, advocaat. Het college heeft zich niet laten vertegenwoordigen.

BESLISSING

De Raad bevestigt de aangevallen uitspraak.
Deze beslissing is uitgesproken in het openbaar. Zij is gebaseerd op de volgende overwegingen.
In de periode na de eerste maatregel, over de maand maart 2016, heeft appellant niet naar vermogen voldaan aan zijn sollicitatieplicht. Hij heeft wel sollicitatieactiviteiten verricht, maar slechts één keer gesolliciteerd. Het klopt dat er geen duidelijke afspraken waren over het aantal sollicitaties. Wel kon appellant uit de gesprekken met de re-integratiecoach weten dat één sollicitatie te weinig was en dat alleen zóeken naar werk, langsgaan bij en bellen met uitzendbureaus en het volgen van cursussen niet telt als een sollicitatie. In het besluit van
10 oktober 2016 is daardoor de bijstand over de maanden oktober en november 2016 terecht met 50% verlaagd. Daarna heeft appellant wel vaker gesolliciteerd, maar zich niet gehouden aan drie van de vijf op 27 oktober 2016 gemaakte afspraken. Hij heeft zijn gedrag dan ook niet zodanig veranderd dat het college de maatregel bij de heroverweging als bedoeld in artikel 18, derde lid, van de Participatiewet in hoogte of duur had moeten bijstellen.
Het hoger beroep slaagt niet.
Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Waarvan proces-verbaal.
De griffier De voorzitter
(getekend) F.H.R.M. Robbers (getekend) J.N.A. Bootsma

LO