ECLI:NL:CRVB:2018:4301
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van WIA-herbeoordeling en vaststelling arbeidsongeschiktheid op 58,02%
Appellante, werkzaam als verpleegkundige, meldde zich ziek met lichamelijke en psychische klachten en ontving een WGA-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 67,70%. Na meldingen van verslechtering voerde het UWV een herbeoordeling uit, waarbij het arbeidsongeschiktheidspercentage werd vastgesteld op 58,02%. Appellante maakte bezwaar tegen deze vaststelling en stelde dat haar beperkingen ernstiger waren dan aangenomen.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was verricht en dat de geselecteerde functies passend waren. Appellante voerde in hoger beroep aan dat het UWV onzorgvuldig had gehandeld en dat haar klachten onvoldoende waren erkend, maar leverde geen nieuwe medische informatie die het standpunt ondersteunde.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat het UWV te allen tijde een herbeoordeling mag uitvoeren en dat de rechtszekerheid hierdoor niet wordt geschaad. De medische beoordeling door het UWV was zorgvuldig en voldoende gemotiveerd, waarbij ook het aanvullende medische rapport van een orthopedisch chirurg geen aanleiding gaf tot een ander oordeel. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het arbeidsongeschiktheidspercentage van 58,02% en wijst het hoger beroep af.