ECLI:NL:CRVB:2018:4309
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Aanvraag bijzondere bijstand buiten behandeling gesteld wegens ontbreken noodzakelijke gegevens
Appellante vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten rechtsbijstand, maar het college stelde haar aanvraag buiten behandeling omdat zij niet de gevraagde bank- en spaarrekeninggegevens tijdig had aangeleverd. Het college baseerde dit op artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en gemeentelijk beleid dat vermogen in spaartegoeden volledig meerekent.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep voerde appellante aan dat het college al bekend was met haar financiële situatie en het draagkrachtbeleid niet voorziet in herberekening bij nieuwe aanvragen binnen hetzelfde jaar. De Raad verwierp deze gronden, verwijzend naar een eerdere uitspraak waarin deze argumenten al waren behandeld en verworpen.
Verder stelde appellante dat het college niet van het eigen beleid mocht afwijken en dat er geen belangenafweging was gemaakt. Ook deze punten faalden, omdat het college conform beleid had gehandeld en bij onvoldoende gegevensoverleg geen belangenafweging kan maken.
De Raad bevestigde het bestreden besluit en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De aanvraag om bijzondere bijstand werd buiten behandeling gesteld en het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen.