ECLI:NL:CRVB:2016:4706
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid college tot buiten behandeling stellen aanvraag bijstand Wet werk en bijstand
Appellante diende een aanvraag om bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam verzocht haar meerdere malen om aanvullende gegevens, waaronder bankafschriften en bewijs van huurbetalingen, binnen gestelde termijnen aan te leveren. Appellante leverde deze niet volledig aan.
Het college stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat het college onterecht de aanvraag buiten behandeling stelde, onder meer vanwege het verbod op détournement de procédure en het speciale karakter van de WWB als minimumvoorziening.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat artikel 4:5 Awb Pro ook geldt voor aanvragen op grond van bijzondere wetten zoals de WWB, tenzij daarin een uitzondering is gemaakt. Er is geen aanwijzing dat de wetgever buitenbehandelingstelling in bijstandszaken wilde uitsluiten. Het college had voldoende gemotiveerd dat het niet mogelijk was de aanvraag te beoordelen zonder de gevraagde gegevens en dat appellante geen uitstel had gevraagd.
De Raad concludeerde dat het college bevoegd was om de aanvraag buiten behandeling te stellen en dat dit niet in strijd was met de Awb of het verbod op détournement de procédure. Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot buiten behandeling stellen van de aanvraag wordt bevestigd.