ECLI:NL:CRVB:2018:460
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toepassing kostendelersnorm bij hoofdverblijf in twee toercaravans na brand woonwagen
Appellant ontvangt bijstand en stond ingeschreven op een woonwagenkampadres waar hij samen met zijn dochter, haar partner en kind woonde in een woonwagen die in mei 2015 door brand verloren ging. Na de brand verbleven appellant en zijn dochter met gezin in twee afzonderlijke toercaravans op en nabij hetzelfde adres, waarbij gebruik werd gemaakt van gezamenlijke sanitaire en elektriciteitsvoorzieningen.
Het dagelijks bestuur van de Sociale Dienst Maastricht Heuvelland verlaagde de bijstand van appellant met toepassing van de kostendelersnorm, omdat werd geoordeeld dat appellant zijn hoofdverblijf deelde met twee meerderjarige medebewoners op hetzelfde adres. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat hij niet hetzelfde hoofdverblijf deelde, omdat hij in een aparte toercaravan woonde en geen gebruik maakte van de voorzieningen. De Raad oordeelde dat de toercaravans gezamenlijk als één woning moeten worden gezien, omdat ze niet zelfstandig bewoonbaar zijn zonder de voorzieningen op het woonwagenkampadres. Ook werd vastgesteld dat appellant zijn toercaravan op het woonwagenkampadres had geplaatst en dat hij wisselende verklaringen gaf over het gebruik van elektriciteit, zonder overtuigende onderbouwing.
De Raad bevestigde dat appellant, zijn dochter en haar partner hun hoofdverblijf hadden op hetzelfde adres en dat de kostendelersnorm terecht werd toegepast. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de kostendelersnorm terecht is toegepast en verklaart het hoger beroep ongegrond.