ECLI:NL:CRVB:2018:48
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging ZW-uitkering na zorgvuldige medische beoordeling bevestigd
Appellant was werkzaam als chef werkplaats en meldde zich ziek met visusklachten na een val. Het UWV stelde op basis van verzekeringsgeneeskundig en arbeidskundig onderzoek vast dat appellant meer dan 65% van zijn maatmaninkomen kon verdienen en beëindigde de ZW-uitkering per 18 oktober 2015.
Appellant maakte bezwaar en beroep tegen deze beslissing en voerde aan dat hij door zijn visusklachten meer beperkingen had en niet geschikt was voor de geselecteerde functies. Na aanvullend onderzoek en aanpassing van de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) oordeelde het UWV opnieuw dat appellant geschikt was voor bepaalde functies en voldoende verdiencapaciteit had.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het tweede besluit ongegrond en het hoger beroep van appellant bij de Centrale Raad van Beroep werd eveneens afgewezen. De Raad vond de medische grondslag en de beoordeling van de arbeidsmogelijkheden zorgvuldig en voldoende onderbouwd. Het beroep slaagde niet en de beëindiging van de ZW-uitkering werd bevestigd.
Uitkomst: De ZW-uitkering van appellant is terecht beëindigd per 18 oktober 2015.