ECLI:NL:CRVB:2018:505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M. Hillen
- A. Stehouwer
- P.W. van Straalen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor reiskosten meldplicht na detentie in Luxemburg
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en zat in voorarrest in Luxemburg van januari tot juli 2014. Na detentie moest hij zich tweemaal per maand melden bij de politie in Luxemburg. Appellant vroeg bijzondere bijstand voor de reiskosten die hiermee gemoeid waren.
Het college wees de aanvraag af op grond van het territorialiteitsbeginsel, omdat de kosten buiten Nederland zijn gemaakt en niet aan Nederland zijn verbonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep.
De Centrale Raad van Beroep bevestigde het oordeel van de rechtbank. Het territorialiteitsbeginsel in de WWB sluit vergoeding van kosten buiten Nederland uit. Het beroep op het recht op family life en menselijke waardigheid werd verworpen omdat niet aannemelijk was dat de detentie in Luxemburg strijdig zou zijn met deze rechten.
Het hoger beroep werd afgewezen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor reiskosten naar Luxemburg wordt afgewezen vanwege het territorialiteitsbeginsel.