ECLI:NL:CRVB:2017:3308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering bijzondere bijstand en maatregel verlaging bijstand wegens niet-nakoming re-integratieverplichtingen
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB en Participatiewet en had een ontheffing van re-integratieverplichtingen voor 20 uur per week. Ondanks uitnodigingen verscheen appellant niet of niet volledig bij re-integratieworkshops, wat leidde tot een verlaging van de bijstand met 40% gedurende een maand.
Appellant vroeg bijzondere bijstand aan voor juridische en reis- en verblijfskosten in Tsjechië, verband houdend met rechtszaken aldaar. Het college kende slechts vergoeding toe tot de Nederlandse grens, omdat kosten buiten Nederland niet voor bijzondere bijstand in aanmerking komen volgens het territorialiteitsbeginsel van de WWB.
De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond. In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep dit oordeel. Het college mocht de maatregel opleggen vanwege de houding van appellant die het re-integratietraject blokkeerde. De weigering van bijzondere bijstand voor buitenlandse kosten was terecht, en het betoog van appellant dat EU-lidstaten onder Nederlands grondgebied vallen, faalde.
Een beroep op Europese verdragen werd buiten beschouwing gelaten wegens te late indiening. De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en bevestigde de bestreden besluiten.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van bijzondere bijstand voor buitenlandse kosten en de maatregel van 40% verlaging van bijstand wegens niet-nakoming re-integratieverplichtingen.