Uitspraak
16.2462 AOR
OVERWEGINGEN
.De tevens gevraagde vergoeding voor huishoudelijke hulp is afgewezen. Het tegen het besluit van 23 juli 2013 gemaakte bezwaar is bij besluit van 7 april 2014 ongegrond verklaard.
Centrale Raad van Beroep
Appellant heeft in 2012 een aanvraag ingediend op grond van de Algemene oorlogsongevallenregeling (AOR) en werd erkend als ongeschikt voor arbeid door psychisch oorlogsletsel. Aanvankelijk werd de vergoeding voor huishoudelijke hulp afgewezen, maar na bezwaar en gewijzigde medische omstandigheden werd hij alsnog vanaf 1 augustus 2013 voor een dagdeel huishoudelijke hulp in aanmerking gebracht. Hierbij werd rekening gehouden met een reeds lopende vergoeding onder de Wet uitkeringen burger-oorlogsslachtoffers 1940-1945 (Wubo), waardoor de AOR-vergoeding niet tot betaling zou leiden.
Ondanks deze regeling betaalde de Sociale verzekeringsbank in oktober 2015 onterecht een bedrag van €4.475,50 uit aan appellant. Dit bedrag werd teruggevorderd en het bezwaar tegen deze terugvordering werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover het de ingangsdatum van de vergoeding betrof. De Raad oordeelde dat de terugvordering rechtmatig was, omdat het bestuursorgaan onverschuldigde betalingen mag terugvorderen volgens het algemeen rechtsbeginsel.
Daarnaast werd het bezwaar tegen de ingangsdatum van de vergoeding niet-ontvankelijk verklaard omdat hierover geen nieuw besluit was genomen. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard. Appellant kreeg een schadevergoeding van €500 toegekend wegens overschrijding van de redelijke termijn van ruim twee jaar en vier maanden, die volledig aan de rechterlijke fase werd toegerekend. Tevens werd de Staat veroordeeld tot betaling van proceskosten van €250,50.
De uitspraak bevestigt dat vergoedingen onder de Wubo voorrang hebben boven die onder de AOR en dat onverschuldigde betalingen teruggevorderd mogen worden. Ook benadrukt de Raad het belang van tijdige afhandeling van procedures conform het EVRM.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van de huishoudelijke hulpvergoeding bevestigd met een schadevergoeding van €500 wegens overschrijding van de redelijke termijn.