ECLI:NL:CRVB:2018:636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens verzwegen onroerend goed in Turkije
Appellante ontving vanaf 13 maart 2009 bijstand als alleenstaande ouder. Het college van burgemeester en wethouders van Tilburg startte een onderzoek naar haar vermogen in het buitenland, specifiek in Turkije, waarbij werd vastgesteld dat zij eigenaar was van een perceel grond met daarop een gebouw. Dit onderzoek maakte onderdeel uit van een project dat zich richtte op bijstandsgerechtigden met Turkse nationaliteit.
Het college trok vervolgens de bijstand van appellante in en vorderde de kosten terug, omdat zij het bezit van het onroerend goed niet had gemeld. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat het onderzoek discriminerend was omdat het zich alleen richtte op Turkse bijstandsgerechtigden, wat in strijd is met het discriminatieverbod.
De Raad oordeelde dat het onderzoek inderdaad discriminerend was en dat de bevindingen uit het Turkse onderzoek niet als bewijs mochten worden gebruikt. Hierdoor berustte het besluit niet op voldoende feitelijke grondslag en werd het vernietigd. Echter, omdat appellante wel beschikte over buitenlands vermogen en niet aannemelijk had gemaakt dat zij recht had op bijstand, liet de Raad de rechtsgevolgen van het besluit in stand. Daarnaast wees de Raad de proceskosten toe aan appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand wordt vernietigd wegens discriminatie, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.