ECLI:NL:CRVB:2018:650
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering persoonsgebonden budget wegens niet-naleving verantwoordingsplicht
Het Zorgkantoor heeft aan appellante een persoonsgebonden budget (pgb) toegekend voor AWBZ-zorg in 2014, maar dit budget later ingetrokken en teruggevorderd wegens onvoldoende verantwoording van de besteding.
Appellante voerde aan dat zij zorg ontving van haar dochter en dat de dochter de administratie van het pgb beheerde, waardoor zij niet zelf verantwoordelijk was voor de verantwoording. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat de betalingen aan de dochter niet overeenkwamen met de overgelegde facturen en zorgovereenkomst, waardoor het Zorgkantoor terecht het pgb introk. De verantwoording van het pgb blijft de eigen verantwoordelijkheid van de budgethouder, ook bij uitbesteding.
De Raad concludeerde dat het Zorgkantoor bevoegd was tot intrekking en terugvordering van de onverschuldigd betaalde voorschotten en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking en terugvordering van het persoonsgebonden budget worden bevestigd wegens niet-naleving van de verantwoordingsplicht.