ECLI:NL:CRVB:2018:651
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herziening studiefinanciering en boete wegens onrechtmatig bewijs en onvoldoende motivering
Appellante ontving studiefinanciering op basis van de norm voor uitwonende studenten, maar de minister herzag deze naar de norm voor thuiswonenden en legde een boete op wegens vermeende onjuiste woonsituatie. Het onderzoek naar haar woonsituatie werd uitgevoerd door controleurs die niet bevoegd waren, waardoor het bewijs onrechtmatig verkregen was en niet als bewijs mocht dienen.
De verklaring van appellante, afgelegd na confrontatie met dit onrechtmatig bewijs, kon niet als bewijs worden gebruikt omdat zij niet voldoende was geïnformeerd over de gevolgen en het wegvallen van het oorspronkelijke bewijs. Ook ontbrak de verplichte informatie over het recht om te zwijgen bij het verhoor.
De Raad oordeelde dat de besluiten van de minister niet deugdelijk gemotiveerd waren en vernietigde zowel de herziening van de studiefinanciering als de boete. Tevens werd de minister veroordeeld in de proceskosten en moest het betaalde griffierecht worden vergoed.
Uitkomst: De besluiten tot herziening van studiefinanciering en boete worden vernietigd wegens onrechtmatig bewijs en onvoldoende motivering.