ECLI:NL:CRVB:2018:680
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontslag wegens plichtsverzuim door gevaarlijk rijgedrag van brandweermedewerker
Appellant, sinds 1990 werkzaam bij de brandweer en sinds 2014 in dienst van de Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden, werd op 7 mei 2014 aangehouden met een alcoholpromillage van 2,5, waarvoor hij een disciplinaire straf kreeg opgelegd. Op 23 oktober 2015 reed appellant tijdens werkzaamheden gevaarlijk door op een persoon die hem de toegang tot een bouwplaats wilde ontzeggen. Na meerdere gesprekken en een klacht van een getuige legde het dagelijks bestuur hem ontslag op wegens plichtsverzuim.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen het ontslag ongegrond en oordeelde dat appellant bewust onverantwoord rijgedrag vertoonde door niet te stoppen voor een persoon op zijn rijroute, waarmee hij het risico nam die persoon in gevaar te brengen. Appellant voerde in hoger beroep aan dat niet alle commissieleden het advies hadden gegeven, dat hij geen plichtsverzuim had gepleegd en dat het ontslag disproportioneel was.
De Raad oordeelt dat het dagelijks bestuur niet in strijd met de Awb heeft gehandeld bij de advisering, dat het plichtsverzuim vaststaat op basis van verklaringen en gesprekken, en dat het ontslag niet onevenredig is gezien de eerdere waarschuwing en de ernst van het gedrag. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het ontslag wegens plichtsverzuim na gevaarlijk rijgedrag wordt bevestigd.