ECLI:NL:CRVB:2018:695
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging van afwijzing ziekengeld na WIA-beoordeling wegens geschiktheid voor passende functies
Appellant was werkzaam als bagagist en meldde zich op 13 september 2009 ziek met rug-, schouder- en psychische klachten. Na afloop van de wachttijd stelde het UWV vast dat appellant vanaf 12 september 2011 minder dan 35% arbeidsongeschikt was en geschikt voor diverse functies. Na een nieuwe ziekmelding op 2 april 2015 en medisch onderzoek werd vastgesteld dat appellant vanaf 28 augustus 2015 geen recht meer had op ziekengeld. Het bezwaar van appellant werd ongegrond verklaard door het UWV en bevestigd door de rechtbank.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en dat zijn ernstige depressie, impulsbeheersingsstoornis en persoonlijkheidsstoornis onvoldoende waren meegewogen. Hij stelde dat hij de WIA-functies niet kon verrichten vanwege fysieke en psychische beperkingen. Het UWV handhaafde het besluit. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de rechtbank de juiste overwegingen had gemaakt.
De Raad benadrukte dat het recht op ziekengeld afhankelijk is van objectief vastgestelde ongeschiktheid voor de laatst verrichte arbeid, met uitzondering van situaties waarin na de maximale duur ziekengeld blijvende ongeschiktheid voor het oude werk bestaat en geen werk is hervat. In dat geval geldt de beoordeling op grond van de WIA. Omdat appellant geschikt was voor ten minste één van de WIA-functies, was geen recht op ziekengeld meer aanwezig.
De door appellant overgelegde medische informatie was grotendeels van na de datum in geding en kon daarom niet tot een ander oordeel leiden. Ook werd bevestigd dat appellant na de datum in geding ziekgemeld bleef en inmiddels voor een WGA-uitkering in aanmerking kwam, wat het oordeel niet beïnvloedde. De Raad verklaarde het hoger beroep ongegrond en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV wordt bevestigd.