ECLI:NL:CRVB:2018:697
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen recht op ziekengeld wegens arbeidsgeschiktheid als schoonmaker ondanks psychische klachten
Appellant was werkzaam als proces operator/schoonmaker en meldde zich ziek met stress en lichamelijke klachten. Het UWV stelde vast dat appellant per 31 augustus 2015 geen recht meer had op ziekengeld omdat hij geschikt werd geacht voor zijn laatst verrichte arbeid. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarbij het medisch oordeel zorgvuldig werd bevonden.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij nog niet hersteld was en dat het medisch onderzoek niet zorgvuldig was, mede omdat informatie van zijn psychiater niet was meegenomen. Het UWV stelde dat het schoonmaakwerk, hoewel met extra aandacht en protocollen, geen extreme mate van concentratie of psychische belasting vereist.
De Raad oordeelde dat de extra aandacht inherent is aan het werk en dat de belasting goed was ingeschat. De klachten van appellant waren meegewogen en er waren geen aanwijzingen dat hij ongeschikt was voor zijn werk. De Raad bevestigde het bestreden besluit en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd.