ECLI:NL:CRVB:2021:2116
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geschiktheid voor eigen arbeid en weigering Ziektewetuitkering bevestigd
Appellant was werkzaam als algemeen medewerker stekbedrijf en meldde zich ziek met psychische klachten. Het dienstverband eindigde op 1 april 2017. Het UWV stelde na medisch onderzoek vast dat appellant geschikt was voor zijn eigen arbeid en weigerde de Ziektewetuitkering. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarbij werd geoordeeld dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de conclusies juist.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het UWV onvoldoende onderzoek had gedaan naar zijn psychische beperkingen en onvoldoende rekening had gehouden met medische informatie en een arbeidsintegratierapport uit 2005. Hij stelde ongeschikt te zijn voor reguliere arbeid en vroeg om een onafhankelijke deskundige en schadevergoeding.
De Raad oordeelde dat het UWV de medische informatie adequaat had betrokken en dat appellant geschikt was voor eenvoudig werk in een rustige omgeving, passend bij zijn functie. De verstoorde arbeidsverhouding met de vorige werkgever speelde geen rol meer. Het verzoek om een onafhankelijke deskundige en schadevergoeding werd afgewezen. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van het UWV tot weigering van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.