ECLI:NL:CRVB:2018:714
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlies recht op ziekengeld wegens verdiencapaciteit boven 65%
Appellante was administratief medewerkster en meldde zich ziek met psychische klachten. Het UWV kende haar aanvankelijk ziekengeld toe omdat zij minder dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen. Na een herbeoordeling door een verzekeringsarts en arbeidsdeskundige werd vastgesteld dat zij 91% van haar maatmaninkomen kon verdienen, waarna het recht op ziekengeld werd beëindigd.
Appellante maakte bezwaar tegen dit besluit, stellende dat haar nekklachten en psychische aandoeningen onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de beperkingen objectief medisch waren vastgesteld en dat de nekklachten niet objectief medisch waren onderbouwd. De Raad onderschreef deze motivering en stelde vast dat het UWV terecht had geoordeeld dat appellante meer dan 65% van haar maatmaninkomen kon verdienen.
Het hoger beroep van appellante faalde, omdat zij geen nieuwe feiten of argumenten aanvoerde die de eerdere beoordeling konden weerleggen. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Appellante heeft geen recht meer op ziekengeld omdat zij meer dan 65% van haar maatmaninkomen kan verdienen.