ECLI:NL:CRVB:2018:717
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij kostenvergoeding hoorzitting
Appellant had bezwaar gemaakt tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Rotterdam om bijzondere bijstand voor advocaatkosten af te wijzen. Het college had later het bezwaar gegrond verklaard en een kostenvergoeding toegekend, inclusief een extra vergoeding voor de hoorzitting.
Appellant stelde beroep in tegen het bestreden besluit omdat hij meende dat de vergoeding voor de hoorzitting niet was betaald. De rechtbank verklaarde het beroep niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van procesbelang, omdat het college volledig tegemoet was gekomen.
In hoger beroep voerde appellant aan dat het college niet volledig tegemoet was gekomen en dat de proceskostenveroordeling onjuist was. De Raad oordeelde dat het ontbreken van procesbelang vaststaat omdat appellant met een uitspraak niet in een gunstiger positie kan komen dan waarin hij reeds verkeert door de toegezegde vergoeding.
Daarom verklaarde de Centrale Raad van Beroep het hoger beroep niet-ontvankelijk en wees een veroordeling in proceskosten af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.