ECLI:NL:CRVB:2018:73
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging eindafrekening bestuursrechtelijke premie na onterechte toerekening betalingen
Betrokkene was over de periode juli 2010 tot en met april 2014 bestuursrechtelijke premie verschuldigd wegens aanmelding als wanbetaler door zijn zorgverzekeraar. Vanaf mei 2014 was betrokkene niet langer premie verschuldigd, omdat hij was afgemeld als wanbetaler. Desondanks heeft appellant (CAK) betalingen gedaan door betrokkene in de periode mei tot en met november 2014 ten onrechte toegerekend aan openstaande premies van vóór mei 2014.
De rechtbank Noord-Nederland vernietigde de eindafrekening van appellant omdat deze niet per 1 mei 2014 was opgesteld, conform de afmelding van betrokkene als wanbetaler. Appellant stelde in hoger beroep dat de eindafrekening wel correct was opgesteld en dat de betalingen zonder kenmerk waren gedaan, waardoor deze toerekening juist was.
De Raad oordeelt dat de betalingen van betrokkene in de periode mei tot en met november 2014 duidelijk betrekking hadden op bestuursrechtelijke premie over die maanden, gelet op de data, bedragen en periodiciteit. Daarom mogen deze betalingen niet worden toegerekend aan premies van vóór mei 2014. Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd met verbetering van gronden.
Tot slot veroordeelt de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene en legt griffierechten op.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en de vernietiging van de eindafrekening wordt bevestigd.