ECLI:NL:CRVB:2018:780
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet tijdig overleggen gevraagde gegevens
Appellanten ontvingen bijstand op grond van de Participatiewet. Het college van burgemeester en wethouders van Venlo heeft het recht op bijstand opgeschort en vervolgens ingetrokken omdat appellanten niet tijdig de gevraagde bankafschriften en andere gegevens hebben verstrekt, ondanks meerdere oproepen en hersteltermijnen.
De rechtbank Limburg verklaarde het beroep tegen de intrekking ongegrond, omdat appellanten niet aannemelijk maakten dat hen geen verwijt kon worden gemaakt voor het niet tijdig overleggen van de gevraagde stukken. Ook het argument dat appellanten tijdens een gesprek te horen zouden hebben gekregen dat het overleggen van stukken niet meer nodig was, werd niet onderbouwd.
In hoger beroep herhaalden appellanten hun standpunten, waaronder dat zij niet verwijtbaar hadden gehandeld en dat de bankafschriften later alsnog waren overgelegd. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de gronden van appellanten onvoldoende waren om het oordeel van de rechtbank te wijzigen en bevestigde de intrekking van de bijstand.
De Raad wees ook het verzoek om een nadere hersteltermijn af en benadrukte dat appellanten voor hun inkomen afhankelijk zijn van de bijstand, maar dat dit geen reden is om af te zien van intrekking bij niet-naleving van informatieverplichtingen.
De proceskosten werden niet toegewezen. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 13 maart 2018.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wegens het niet tijdig overleggen van gevraagde bankafschriften wordt bevestigd.