ECLI:NL:CRVB:2018:80
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Zorgkantoor terugbetaling pgb aan derde niet zijnde zorgverlener
Appellant beschikte over een indicatie voor AWBZ-zorg en ontving een persoonsgebonden budget (pgb) van het Zorgkantoor. Na vaststelling van het pgb over 2014 werd een bedrag teruggevorderd omdat niet aan de verantwoordingsverplichtingen was voldaan.
Het Zorgkantoor weigerde een betaling van appellant aan een bankrekening op naam van een derde te accepteren als vergoeding voor verleende AWBZ-zorg. De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en oordeelde dat het Zorgkantoor bevoegd was het pgb lager vast te stellen en de terugvordering te handhaven.
In hoger beroep betoogde appellant dat de betaling aan de derde gelijkgesteld moest worden aan betaling aan de zorgverlener zelf, maar slaagde er niet in dit aannemelijk te maken. De Raad bevestigde dat het Zorgkantoor in redelijkheid tot zijn besluit kon komen en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het Zorgkantoor terecht het pgb lager heeft vastgesteld en de terugvordering handhaaft.