Appellante ontving een AIO-aanvulling op grond van de Participatiewet, die door de Sociale Verzekeringsbank (Svb) werd ingetrokken wegens het niet verstrekken van het TC Kimliknummer, een Turks identiteitsnummer. De Svb wilde dit nummer gebruiken voor verificatie van buitenlandse pensioenrechten. De rechtbank verklaarde het beroep tegen het eerste besluit niet-ontvankelijk en vernietigde het tweede besluit, waarbij zij oordeelde dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden door het nummer niet te verstrekken.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat het TC Kimliknummer op zichzelf geen gegeven is dat invloed heeft op het recht op AIO-aanvulling en dat appellante dus niet gehouden was dit nummer te verstrekken op grond van artikel 17, eerste lid, van de Participatiewet. De medewerkingsverplichting kan wel het verstrekken van het nummer omvatten, maar schending daarvan is niet aan de intrekking ten grondslag gelegd.
De Raad concludeert dat de intrekking van de AIO-aanvulling op grond van artikel 54, derde lid, van de Participatiewet niet gerechtvaardigd is. Ook is niet aannemelijk gemaakt dat de AIO-aanvulling ten onrechte of te hoog is verleend. De Raad vernietigt daarom de uitspraak van de rechtbank en herroept het besluit tot intrekking van 13 november 2014. Tevens veroordeelt de Raad de Svb in de proceskosten en bepaalt dat het betaalde griffierecht wordt vergoed.