ECLI:NL:CRVB:2018:847
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Toelage aan ambtenaar onterecht ingetrokken en moet worden doorbetaald tot einde dienstverband
Appellant was werkzaam bij een overheidsorganisatie en ontving een maandelijkse toelage op grond van het Bezoldigingsbesluit Burgerlijke Rijksambtenaren 1984 (BBRA). Na een overplaatsing werd deze toelage voortgezet op basis van afspraken met het bureauhoofd. De minister trok de toelage in en kende een afbouwtoelage toe, wat door appellant werd bestreden.
De rechtbank oordeelde dat appellant erop mocht vertrouwen dat de toelage deel uitmaakte van zijn bezoldiging, maar dat de minister in redelijkheid tot intrekking en afbouw had kunnen overgaan. De Centrale Raad van Beroep stelt echter vast dat de toelage niet aan de detachering was gekoppeld en dat de minister geen wezenlijke wijziging in omstandigheden aannemelijk heeft gemaakt.
De Raad vernietigt daarom het bestreden besluit voor zover het de toelage betreft en bepaalt dat de minister de toelage moet doorbetalen tot het einde van het dienstverband op 1 januari 2018. Tevens wordt de minister veroordeeld in de kosten van appellant voor bezwaar en hoger beroep.
Uitkomst: De minister moet de toelage aan appellant doorbetalen tot het einde van zijn dienstverband en wordt veroordeeld in de proceskosten.