ECLI:NL:CRVB:2018:85
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor verplichte bijscholing rijschoolhoudster
Appellante, een voormalig zelfstandig rijschoolhoudster, vroeg bijzondere bijstand aan voor kosten van verplichte bijscholing van €185. Het college wees dit af omdat deze kosten als algemeen gebruikelijke bedrijfskosten worden gezien die uit de bedrijfsomzet moeten worden betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de kosten zich voordoen en noodzakelijk zijn, maar niet voortvloeien uit bijzondere omstandigheden omdat appellante nog inkomsten uit haar bedrijf had en de kosten dus uit de bedrijfsomzet voldaan moeten worden.
Argumenten van appellante dat de kosten niet als bedrijfskosten gelden omdat de verplichting geldt voor alle rijinstructeurs en dat haar omzet te laag was, werden verworpen. Ook haar keuze om het bedrijf niet eerder te beëindigen werd als relevant meegenomen.
De Raad concludeerde dat de afwijzing terecht was en wees het hoger beroep af zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: De aanvraag bijzondere bijstand voor bijscholingskosten wordt afgewezen omdat deze kosten uit de bedrijfsomzet moeten worden voldaan.