ECLI:NL:CRVB:2018:882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens voorzienbare verhuizing
Appellante verhuisde na het verbreken van een relatie naar de gemeente Arnhem en vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten zoals vloer, kookplaat, koelkast en gordijnen. Het college wees de aanvraag af omdat deze kosten als algemeen noodzakelijke kosten worden gezien die uit de algemene bijstand of reservering moeten worden betaald.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep betoogde appellante dat de verhuizing niet voorzienbaar was, omdat de huurovereenkomst met haar dochter zonder haar medeweten zou zijn opgesteld. De Raad oordeelde dat appellante dit niet aannemelijk had gemaakt en dat de verhuizing wel degelijk voorzienbaar was.
Daarom kon appellante voor de verhuiskosten reserveren en was bijzondere bijstand niet gerechtvaardigd. De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt bevestigd.