ECLI:NL:CRVB:2020:2523
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wegens ontbreken bijzondere omstandigheden
Appellant, die sinds 2008 bijstand ontvangt, vroeg bijzondere bijstand aan voor inrichtingskosten van circa €1.500,-. Het college wees deze aanvraag af omdat de kosten niet noodzakelijk waren en appellant had kunnen sparen voor deze voorzienbare uitgaven. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat schulden geen bijzondere omstandigheid vormen die bijstand rechtvaardigt. In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt dat de kosten noodzakelijk zijn en dat hij niet kon sparen vanwege zijn financiële situatie. De Raad oordeelde dat appellant geen nieuwe gronden had aangevoerd die het oordeel van de rechtbank weerleggen. Bovendien werd meegewogen dat de woning op de sloopnominatie staat, waardoor renovatiekosten niet als bijzondere kosten kunnen worden aangemerkt. De Raad bevestigde daarom de eerdere uitspraak en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De afwijzing van bijzondere bijstand voor inrichtingskosten wordt bevestigd wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.