ECLI:NL:CRVB:2018:894
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit ontheffing en toewijzing proceskosten in ambtenarenzaak Universiteit Twente
Betrokkene was voor onbepaalde tijd aangesteld als [naam functie 1] bij de Universiteit Twente. In 2014 besloot appellant zijn benoeming niet te verlengen en betrokkene ontheven uit zijn functie, met het voornemen hem te herplaatsen of te ontslaan. Na ontheffing bleef betrokkene wel op het werk komen, maar kreeg geen werkzaamheden meer toegewezen, waardoor hij gedurende een aanzienlijke periode 'zweefde'.
De rechtbank verklaarde het besluit tot ontheffing onrechtmatig omdat niet was aangetoond dat betrokkene ongeschikt was en hij geen kans had gekregen zijn functioneren te verbeteren. Het bestreden besluit dat bezwaar hiertegen ongegrond verklaarde, werd vernietigd. In hoger beroep bevestigde de Raad deze uitspraak, stellende dat het langdurig 'zweven' niet aanvaardbaar is en dat het mobiliteitsbeleid van appellant dit niet rechtvaardigt.
De Raad oordeelde dat het besluit tot ontheffing niet stand kan houden en bevestigde de vernietiging van het besluit. Tevens veroordeelde de Raad appellant in de proceskosten van betrokkene voor verleende rechtsbijstand. Het griffierecht werd vastgesteld op €503,-. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 22 maart 2018.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot ontheffing en veroordeelt appellant in proceskosten.