Uitspraak
OVERWEGINGEN
€ 1.000,- wegens schending van de redelijke termijn in de bezwaarfase (€ 500,-) en in de rechterlijke fase (€ 500,-).
BESLISSING
een bedrag van in totaal € 375,75;
Centrale Raad van Beroep
Appellant, werkzaam als generalist GGP bij de voormalige politieregio, verzocht om bevordering naar senior GGP. Het loopbaanbeleid vereist een recente beoordeling boven de norm met een verwachte geschiktheid voor senior GGP. De beoordeling over de periode november 2011 tot november 2012 voldeed hier niet aan, met een eindresultaat van 'voldoende' en geen toekomstverwachting.
De korpschef wees het verzoek af en verklaarde de bezwaren ongegrond, waarbij werd gesteld dat een advies over verwachte geschiktheid niet nodig was als niet aan de beoordelingseis werd voldaan. De rechtbank bevestigde dit oordeel en kende appellant een schadevergoeding toe wegens overschrijding van de redelijke termijn.
In hoger beroep handhaafde de Raad dit oordeel, oordeelde dat het beoordelingsbeleid binnen redelijke beleidsruimte viel, dat de toetsing terughoudend is en dat het ontbreken van een beoordeling boven de norm terecht tot afwijzing leidde. De Raad vernietigde het deel van de uitspraak dat geen proceskostenveroordeling bevatte en veroordeelde korpschef en Staat tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De Raad verwierp het beroep van appellant en bevestigde het bestreden besluit, waarmee het verzoek om bevordering werd afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om bevordering naar senior GGP wordt afgewezen en het beroep van appellant wordt verworpen.