ECLI:NL:CRVB:2018:905
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering IVA-uitkering wegens ontbreken duurzame arbeidsongeschiktheid
Appellante heeft bezwaar gemaakt tegen het besluit van het UWV om haar geen IVA-uitkering toe te kennen, omdat zij meent volledig en duurzaam arbeidsongeschikt te zijn op grond van zowel psychische als lichamelijke beperkingen. De rechtbank stelde vast dat het UWV onvoldoende had onderzocht of de lichamelijke beperkingen tot volledige en duurzame arbeidsongeschiktheid leidden en vernietigde het besluit.
In hoger beroep heeft het UWV onderbouwd dat de vaststelling van volledige arbeidsongeschiktheid uitsluitend op psychische beperkingen is gebaseerd en dat er geen sprake was van verlies aan verdiencapaciteit door lichamelijke beperkingen. De Raad heeft overwogen dat de verzekeringsarts een concrete en deugdelijke inschatting moet maken van de herstelkansen en dat het UWV dit voldoende heeft gedaan, mede gelet op de geplande medische behandelingen.
De Raad concludeert dat ten tijde van de datum in geschil terecht is geoordeeld dat geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid. De eerdere uitspraken worden bevestigd en het hoger beroep wordt verworpen. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat de IVA-uitkering terecht is geweigerd wegens ontbreken van duurzame arbeidsongeschiktheid op de datum in geschil.