ECLI:NL:CRVB:2018:987
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens onduidelijke woon- en leefsituatie bevestigd
Appellant diende meerdere aanvragen om bijstand in, waarbij het college onderzoek instelde naar zijn woon- en leefsituatie. Ondanks dat appellant op het aanvraagformulier een adres in zijn woonplaats had opgegeven, wezen waarnemingen uit dat hij feitelijk verbleef bij zijn voormalig partner in een andere plaats. Op 13 augustus 2015 verklaarde appellant aanvankelijk dat hij op het opgegeven adres woonde, maar na confrontatie met de waarnemingen gaf hij toe dat hij veel bij zijn voormalig partner verbleef en trok hij zijn aanvraag in.
De intrekking werd de volgende dag door appellant herroepen, maar hij verscheen niet op het gesprek dat het college had gepland om deze situatie te bespreken. Het college wees de aanvraag af wegens onduidelijkheid over het woonadres, een besluit dat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij niet aan zijn verklaring gehouden kon worden en dat het college onvoldoende onderzoek had gedaan, zoals het nalaten van een huisbezoek. De Raad oordeelde dat appellant aan zijn verklaring gehouden kan worden en dat het college geen huisbezoek hoefde af te leggen gezien de omstandigheden. De Raad concludeerde dat de afwijzing van de aanvraag terecht was en bevestigde het bestreden besluit.
Uitkomst: De afwijzing van de aanvraag om bijstand wegens onduidelijke woon- en leefsituatie wordt bevestigd.