ECLI:NL:CRVB:2019:1080
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging toekenning bijstand vanaf meldingsdatum zonder bijzondere omstandigheden
Appellant vroeg op 17 maart 2016 bijstand aan, maar zijn aanvraag werd buiten behandeling gesteld. Op 29 juli 2016 meldde hij zich opnieuw en vroeg bijstand aan met terugwerkende kracht vanaf 17 maart 2016. Het dagelijks bestuur kende bijstand toe vanaf 29 juli 2016, de datum van melding.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellant dat de buitenbehandelingstelling onterecht was en dat bijstand met terugwerkende kracht toegekend moest worden. De Raad oordeelde dat het besluit tot buitenbehandelingstelling onherroepelijk was omdat appellant daartegen geen beroep had ingesteld, waardoor deze kwestie niet opnieuw beoordeeld kon worden.
Verder stelde appellant dat de sanctie van drie maanden zonder bijstand disproportioneel was, maar de Raad stelde vast dat artikel 44 van Pro de Participatiewet geen ruimte biedt voor een belangenafweging die leidt tot een eerdere ingangsdatum. De Raad bevestigde daarom de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De bijstand wordt toegekend vanaf de datum van melding omdat geen bijzondere omstandigheden een eerdere ingangsdatum rechtvaardigen.