ECLI:NL:CRVB:2019:1110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens niet-nakoming inlichtingenplicht
Appellant ontvangt sinds 2009 bijstand en is herhaaldelijk gevraagd bankafschriften te overleggen om zijn recht op bijstand te toetsen. Na onvoldoende medewerking heeft het college de bijstand ingetrokken en de kosten teruggevorderd wegens onduidelijkheid over stortingen en bijschrijvingen op de bankrekening van appellant.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, stellende dat appellant zijn inlichtingenplicht heeft geschonden en onvoldoende duidelijkheid gaf over de herkomst van stortingen, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
In hoger beroep voerde appellant psychische blokkades aan die hem belemmerden bij het aanleveren van gegevens en stelde dat de gemeente hem beter had moeten begeleiden. De Raad oordeelde dat deze gronden niet afdoen aan de gemotiveerde uitspraak van de rechtbank en bevestigde het oordeel dat de inlichtingenplicht objectief is en niet afhankelijk van verwijtbaarheid.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt daarmee de intrekking van de bijstand en de terugvordering van de kosten, en wijst het hoger beroep af zonder toewijzing van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand en terugvordering bevestigd.