ECLI:NL:CRVB:2019:1171
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping intrekking bijstandsuitkering wegens onvoldoende onderzoek gezamenlijke huishouding
Appellant ontving bijstand en woonde samen met twee anderen op hetzelfde adres. Het college trok de bijstand in op grond van de kostendelersnorm, omdat zij aannamen dat appellant en een medebewoner een gezamenlijke huishouding voerden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar in hoger beroep stelde appellant dat het onderzoek naar de mate van zorg tussen de bewoners onvoldoende was, met name ten opzichte van de derde persoon in de woning.
De Raad oordeelde dat het college onvoldoende had onderzocht of appellant en de medebewoner een mate van zorg aan elkaar gaven die niet ook aan de derde persoon werd gegeven, wat een vereiste is voor het aannemen van een gezamenlijke huishouding volgens vaste rechtspraak.
Daarom vernietigde de Raad de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het college, en herroept het besluit tot intrekking van de bijstand. Het college werd veroordeeld in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de bijstand wordt vernietigd en herroepen wegens onvoldoende onderzoek naar de gezamenlijke huishouding.